Updated on januari 11, 2017
Dag 15 …. Wauw!

7.00 uur. De wekker gaat en we worden opgepikt voor een dag snorkelen bij het eiland Menjangan. Daar, vlak voor de noord-west kust van Bali, schijnt een mooi koraalrif te zijn. Het verzamelen van de toeristen en het inpakken van het busje met alle benodigdheden gaat lekker traag en wachtend op een bankje bekijken we hoe de mannen de spullen verzamelen. Kist in de auto, nee toch niet, ander busje, kist weer terug, mensen tellen, kist metertje aan de kant, kist toch in de auto, maar dan onderin, of toch…. Het is een eind rijden en dus slapen we nog wat extra. Dan stappen we over op een houten boot met nog 8 andere toeristen. Twee Zwitserse meiden van Turkse afkomst, 1 Française en de rest, hoe kan het anders.. Nederlanders. Wel gezellig even ervaringen uitwisselen en ondertussen de kust bewonderen. En dan…wauw! Helder blauw glinsterend water. We zijn er. We kleden ons uit, nog een extra laagje zonnebrandcreme, flippers en met de duikbril in de hand, klauteren we uit de boot, via de steiger op een klein strandje. Daar gaan we, het lauw warme water in. En daar zijn ze dan, vissen in werkelijk alle kleuren van de regenboog. Ik zie felblauwe kleine visjes, knalgele platvissen, een tijgervis, een soort zilverroze aal met lange snavelbek, nemo, een knalgroen-met- roze -strepen -veelvraat, een slome zebravis en honderden aquariumvissen. (Geen idee hoe ze eigenlijk heten, maar de fantasienamen blijven naar boven borrelen terwijl ik rondjes flipper). Boven water in de buurt van mijn snorkel is waarschijnlijk een hilarisch concert te horen van de opgewonden, overenthousiaste klanken die ik via mijn snorkel uitstoot. De oooohs en aaaahs zijn er in veelvoud, maar ik hoor mezelf ook kirren tegen sommige vissen..’ En waar ga jij heen mooie vriend?’ of ‘ wat gezellig dat jullie er ook zijn..’ Of ‘ vind je het goed als ik een eindje mee zwem?’ .. Als ik in de lach schiet vanwege mijn eigen geklets verslik ik me en kom proestend boven. Best al een eind uit de kust gedreven… Even verderop ligt een heel groepje snorkelaars. Kijken wat daar te zien is…

De gids zei het al vanochtend, ‘ you swim, then wall…’, ik glimlachte lief terug, maar had geen idee waar de goeie man het nou eigenlijk over had. Hoezo ‘wall’? Hebben ze een muur onder water gebouwd? Nou ja, ik zie het wel. Dus ik flipper richting het groepje en…’ WALL ‘ !!!! … Die man bedoelde rif! Het vlakke deel stopt abrupt en zo ver ik kan kijken gaat er een klif recht naar beneden. Helemaal vol koraal en duizenden vissen. Ik verzucht een verstilde ‘wauw’ uit en verslik me voor de tweede keer… Dit is onecht, prachtig. Ik zit in een uitzending van National Geographic! Overal de mooiste exemplaren die, op zijn Indonesisch, traag en in alle rust langs elkaar heen glijden. Hele scholen, tientallen soorten, enkelingen, groot en klein. Felblauwe zeesterren tussen wuivend koraal. Happende anemonen. Teveel om te zien. Waanzinnig, wat is de natuur mooi. Voordat we naar een tweede plek varen, wordt er aan boord geluncht. Nasi en een flesje cola. Mmm, wat smaakt dat goed. Uit voorzorg trek ik voor de tweede duik toch maar een t-shirt aan, want de zon is fel en dat eerste uurtje wellicht al meer dan genoeg.

De tweede duik is wellicht nog mooier. Yara en Noa maken onderwater foto’s en ook Jerrel is diep onder de indruk. Tijd om te verzamelen en terug te varen. We klimmen aan boord en ik trek mijn natte shirt uit. Owwwww, mama! Noa kijkt ontstelt naar mijn rug…
Dit is wat geschiedde:



Elf (Gedicht in 11 woorden)
Wit
Mijn huid
Snorkelen in zee
Tussen de mooie vissen
Rood
Helaas voor mij vond mijn velletje het snorkelen minder succesvol en zal ik dus op de blaren moeten zitten, want ook mijn billen zijn zo goed als doorbakken..
Maar wat een fantastische trip! (W)auw!

Elke