Dag 16 … Munduk

Onze eerste dag in Munduk start met het openen van de gordijnen en het openslaan van de terrasdeuren, recht voor ons hemelbed (met romantische klamboe). Een waanzinnig mooi landschap van weelderig beboste heuvels en felgroene rijstvelden ligt aan onze voeten. Even is het stil en laten we het geheel op ons inwerken. Mistflarden liggen tussen de heuvels en de uitlopers van de vulkaan. Als je inspiratie zoekt, dan hoeft je niet verder te gaan. Dan komen echter de geluiden van het dorp tevoorschijn. Tientallen hanen kraaien dat het een lieve lust is, een hond blaft en de vogels fluiten. Verder niets.. Heerlijk weg van de (toeristische) drukte. We ontbijten in de open lucht en genieten van de verse sapjes. Dan verruilen we de slippers voor de sneakers en trekken we erop uit richting de oudste Banyan boom van Bali. Eigenlijk gewoon een kamerplant. Een ficus. Ben benieuwd waarom deze zo bekend is.

Met een met de hand getekende wandelkaart lopen we een eindje het dorp in en keren na een paar honderd meter alweer om. Eerste foutje, niet links maar rechtsaf vanaf het hotel.. Even vragen, stukje lopen, weer vragen, nog een stukje lopen, nog maar eens vragen en vriendelijk wuift iedereen ons gaandeweg het dorp uit en de rijstvelden en bos in. De kaart is minder behulpzaam dan de mensen die we zo af en toe tegenkomen. De glimlach is hier ontstaan, zo lijkt het, want zo gauw we aan komen lopen stralen de gezichten van deze mensen. Lief, behulpzaam, geduldig, aardig. Allemaal in dezelfde glimlach. Mooi. Telkens een moment om van te genieten. Het eerste half uur dalen we stevig. We passeren een klein dorpje, zien rijstvelden en jungle-achting bos. We lopen in de schaduw, maar het is toch warm. En dan is het uit met de pret. Ver boven ons, helemaal boven op de volgende heuvel zien we een kruin van een boom boven de rest uitsteken en beginnen te vermoeden dat dat de Banyanboom is en het een flinke kluif wordt, deze klim. En dat wordt het. We klimmen via trappen en steile paadjes, klauteren over rotsachtige sporen, langs ruisende stroompjes langzaam omhoog. Ergens toch een afslag gemist die blijkbaar wel op de kaart staat. Hoe dan ook, Jerrel kan zijn zakdoek regelmatig uitknijpen en dat bedoel ik letterlijk. De straaltjes lopen over onze ruggen en na dik een uur klimmen staan we met rode koppen plotseling op een geasfalteerde straat… Mmmm… Noa verwoordt onze gedachten vrij adequaat: ‘Dus wij verdrinken bijna in ons eigen zweet, terwijl we hier met de auto kunnen komen?’ Gelukkig kunnen we er allemaal nog om lachen. We hijgen even uit en lopen een paar meter verder het terrein op van de ficus. Ok, toegegeven, deze ficus past in geen enkele kamer…
De boom is 800 jaar oud en is meer dan gigantisch (de ficus blijkt hier een heilige boom te zijn, de boom des levens). Je kunt er niet alleen omheen lopen, nee ook erin, erdoor, omhoog klimmen en ergens halverwege de stam weer naar buiten komen. Het is een levensecht klimparadijs en Noa droomt al van een pretpark met een zelfde soort boom, met een hut en… De boom is de wandeling meer dan waard.

De terugweg is echter een punt van discussie. Gaan we met een taxi of toch tevoet? En zo ja, waar halen we op dezeplek een taxi vandaan? We komen er niet uit en dus splitsen we op en maken er een wedstrijdje van…wie het eerste bij het hotel is… Jerrel en Noa lopend via de weg of Yara en ik de korte doorsteek klimmend via het dal? Yara en ik dalen te voet af en springen van veldje naar veldje. Binnen een paar minuten staan we op een asfalt weg..gaat lekker vlot. We lopen verder, vragen nog eens en dan gaat de telefoon en klinkt er triomfantelijk ‘wij zijn er al!’… Zo voelt expeditie Robinson dus als je verliest… Omdat we geen idee hebben welke kant we op moeten, vragen we aan een metselaar die bezig is een tempel te bouwen. Hij geeft aan dat het ver is, dus hij regelt een scooter voor ons. Johny komt net langs en wil ons wel 1 voor 1 brengen. Yara gaat eerst bij Johny achter op en terwijl ik koffie drink gaat zij terug naar het hotel. Ik volg 20 min later en krijg een ware site seeing. Wijdse uitzichten over de rijstvelden, waar hij trots over verteld. Als ik aankom bij het hotel is iedereen fris gedoucht. Laatste…maar wel een kop zelf geteelde, gebrande en gemaakte koffie met de locals en een scooterrit met gids. Laatste zijn is mooi vandaag!

Elke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *