Updated on januari 11, 2017
Dag 29 …. Lang en gelukkig
Met Ones, onze nieuwe chauffeur, beginnen we aan de volgende, lange etappe. Vandaag de rit van Tentena naar Rantepao. Het zijn niet de kilometers die tellen, maar de route. Een en al bergweg, de enige weg.. En dat merken we na nog geen 2 uur rijden. We sluiten aan in een file ergens bovenop een berg achter Palopo. De mensen staan, zitten en hangen naast hun auto’s en vrachtwagens en het ziet er naar uit dat ze daar al een tijdje zijn. Als Jerrel en ik naar voren lopen om te zien wat er loos is, stuiten we op een bord met de volgende aankondiging: wegwerkzaamheden. Gesloten van 08.00-12.00. Open van 12.00-14.00 . Gesloten 14.00-17.00 etcetera.

Het is nog geen 10.00 uur…dat betekent dus wachten, want er is geen alternatieve route. Wil je naar Rantepao, dan is dit je weg. We gaan een eindje wandelen over de afgesloten weg en klimmen naar een veldje met peperstruiken. Het uitzicht is waanzinnig. Regenwoud, een meer, bergen en de kleurrijkste vlinders. Het wachten is geen straf. Vooral de mensen langs de kant zijn het bekijken waard.


Een man wast zijn haan in een plas om deze vervolgens in een boodschappentas te zetten. Een ander verzorgt de drie buffels achterin een open truck. Bovenop een busje ligt durian en Jerrel overweegt het ding over te kopen. Dat ding ligt echter niet voor niets op het dak, het stinkt zo erg dat je het meters verderop nog ruikt. Dan maar een duriansnoepje, die jerrel nog in zijn tas in de auto heeft. Het effect is hetzelfde. Wat een stank! Jerrel eet buiten de auto verder, alleen.

Onverwacht vroeg (nog voor 12 uur) kunnen we doorrijden. Het stuk weg dat dan volgt, is het ergste tot nu toe. Aardverschuivingen, noodbruggetjes, en verkeer dat van twee kanten tegelijk over het opgebroken wegdek probeert te rijden. Echt spannend zijn de grote overladen trucks die elkaar glibberend op een haar na passeren, zonder in een ravijn te storten. Al deze mensen moeten wel een beschermengel op hun dak hebben. Gelukkig staan wij bijna vooraan in de file. Geen idee hoe de weg eruit ziet als al dat verkeer er eerst overheen was gegaan.. De omgeving is onvoorstelbaar. Al rijdend voel ik me intens tevreden en gelukkig. Dat we dit meemaken.
Rond twee uur lunchen we temidden van de rijstvelden en daarna gaat de rit verder. Als we centraal Sulawesi binnen willen rijden, worden eerst onze paspoorten gecontroleerd. (Effe zien of we geen terroristen zijn…) Blijkbaar zien we er betrouwbaar genoeg uit en mogen we verder. De uren glijden aan ons voorbij en als het bijna donker wordt rijden we de bergen in. Helaas voor onze chauffeur halen we Rantepao niet voor het donker. Stikdonker is het hier en het woud gonst van de geluiden. Met groot licht en heel kalm rijden we het laatste stuk. De eerste Toraja huizen verschijnen, straatverlichting, een kerk en ineens is er weer volop verkeersdrukte. Het hotel dat we gereserveerd hebben blijkt vol te zitten, dus worden we door onze nieuwe gids, Johannes, die ons heeft opgewacht, en Ones naar de Rantepao Lodge gebracht. We zijn moe, de hele stad zit vol vanwege een festival ter ere van het 100 jarig … Van de bijbel. Dus na het zien van het bed (witte lakens) doen we niets anders meer dan slapen. Om 9 uur gaat het licht uit.
Elke