Dag 32….

‘Wanneer gaan we met de bemo?’ Vraagt Noa telkens. ‘Vind ik zo leuk…’ ‘Vandaag gaat we met de bemo naar de markt’ en als we dan eindelijk in het kleine busje stappen, is Noa volledig in verwarring.. ‘ Nee! We zouden toch met de bemo gaan?’ ‘Maar lieffie, dit IS de bemo..’ Even later zitten op elkaar gepropt in het minibusje. Noa kijkt bedrukt…ze bedoelde de sitor… de teleurstelling staat op haar gezicht. Opgevouwen zit ze tussen de locals. We zijn echter snel bij de markt. En wat voor een.

Honderden buffels staan op het veld en de straten, enorme bamboe varkensstallen even verop en overal mannen met kruiwagens die een varken hebben gekocht, sommigen vervoeren het varken achterop de brommer. Het verbaast ons niet meer, maar het blijft een gek gezicht. We kijken onze ogen uit en knijpen de neus dicht. De vis en groentemarkt zijn eens zo groot. ‘Vandaag niet zo druk, door regen.’ Zegt Yohanis even later.. Ik kijk om me heen en kan me niet voorstellen dat het op een zonnige dag nog drukker is. Je kunt over de hoofden lopen en de file buiten de markt is indrukwekkend. Toch lukt het om vrij snel de markt te verlaten en we rijden in een 8 persoons auto, gevuld met 13 mensen de stad uit. We gaan wandelen in de rijstvelden even ten Noorden van de stad. Als we uitstappen schijnt de zon uitbundig over de sawa’s. We zien het Indonesië uit de brochure. Links en rechts zijn er mensen aan het werk in de velden en snijden de rijst en binden het tot kleine bosjes die te drogen worden gelegd op de grote ronde basalt rotsen die overal verspreidt liggen. Oud vulkanisch landschap….

We klimmen behoorlijk tot we een stop maken bij een kleine warung voor een kom bamisoep. Aaaah..het uitzicht! Vanaf het balkon aan de achterzijde ligt de wereld aan onze voeten.(Zie foto, want een beschrijving doet hoe dan ook tekort aan wat we hier zien) Na ons hier te hebben vergaapt en de buik gevuld gaan we de straat af en de rijstvelden in. Dat is nog best lastig, want door de regen is het behoorlijk zompig en in no time staan we tot onze enkels in de modder. We glibberen en glijden en klimmen van sawa naar sawa en proberen de stortbui die we in de verte zien aankomen, voor te blijven. We voelen ons onhandige toeristen als een van de locals ons op blote voeten met gemak inhaalt en meelijdend aankijkt. We klauteren verder.

<

Als de eerste druppels vallen, staan we bijna bovenop de berg waar ook ons onderkomen voor vanacht staat. Een echt Torajahuis met een balkon en een uitzicht dat weer onwaarschijnlijk is, maar het bestaat en het is voor 1 nachtje ons huis. Het leven kan echt niet meer beter..

Elke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *