Updated on juli 25, 2017
Onze eerste dagen in Ubud

Het is goed toeven in Ubud. Toch denk ik met weemoed terug aan 1987, mijn allereerste bezoek aan dit kunstenaarsdorpje.
Ik herinner me 1 hoofdstraat met wat winkels en eetgelegenheden. De meeste guesthouses waren verborgen in de zijstraatjes. Voor toeristen was Ubud vooral een dagtrip, maar voor backpackers was het de ontmoetingsplaats op Bali. Dat is het nog steeds want je ziet nog steeds veel backpackers komen en gaan. Maar in dertig jaar tijd is er wel echt een heleboel veranderd. Ubud is verworden tot een massatoeristische trekpleister met honderden winkels, hotels, guesthouses, kraampjes, restaurants, massagesalons, touroperators en verhuurbedrijfjes. Stuk voor stuk proberen ze een graantje mee te pikken van de nimmer aflatende stroom toeristen die geld het land in brengt. Allemaal heel logisch en begrijpelijk.

Auto’s en scooters domineren het straatbeeld van Ubud. De infrastructuur is eigenlijk helemaal niet berekend op zoveel verkeer. En zeker niet van die grote toeristenbussen die dan gelijk een opstopping veroorzaken. Als voetganger moet je continu alert zijn om niet van je sokken te worden gereden. Je moet ook voortdurend opletten waar je loopt, vanwege de vele gaten in de stoepen en losse tegels. Ondanks alles heeft Ubud een groot deel van zijn authentieke karakter behouden en is het er nog steeds goed toeven.
“Taxi?” … klinkt er op bijna iedere hoek van de straat. Een auto of scooter staat overal paraat. Je stapt dan in of achterop om je binnen Ubud te verplaatsen. Of je loopt anders gewoon. Veel Balinezen zijn tegenwoordig gemotoriseerd en er is weinig behoefte aan openbaar vervoer. De bemo (openbare minibusje) is uit het straatbeeld verdwenen.
<video jalan Bisma>
We weerstaan de verleiding van de taxi en gebruiken vooral de benenwagen, wat best goed te doen is. Dit betekent wel vele kilometers te voet.
Dag 1: Monkey Forest





Het is de moeite waard om het apenbos te bezoeken.
Voor ons is het voor de tweede keer en het is wederom een leuk en spannend bezoek. Monkey Forest ligt op 15 minuten lopen van ons verblijf, Three Dewi’s Guesthouse dat pittoresk tussen de rijstvelden ligt. Een topkamer. Groot, schoon en.. een bad met warm water. Pure verwennerij!
De eigenaar, zijn familie en zijn personeel zijn super vriendelijk en gastvrij.

Elke en ik delen de mooiste kamer op de bovenste etage met een balkon voor en achter, waar we dagelijks ontbijten. Het uitzicht is geweldig!

Dag 2: ZEN in de Yoga Barn.
Met zijn vieren doen we mee met een beginnersles yoga bij de Yoga Barn. Een prachtige openlucht studio met docenten van wereldformaat. Yoga is big business op Bali. We mengen ons geruisloos tussen een mix van new age wereldburgers die zich heel bewust zijn van de wereld en de invloed die we erop hebben. Zijn het misschien de “moderne hippies van deze tijd”?


We doen volop mee en begrijpen nu ook waarom Yoga een levensstijl is. Je kunt meteen de echte yogi’s onderscheiden van de wannabees en beginnelingen zoals wij. Terwijl de yogi’s in opperste concentratie hun oefeningen doen, kijken de wannabees tijdens de oefeningen vanuit hun ooghoek om zich heen naar wat de anderen doen. We zijn anderhalf uur heel erg bezig met onze ademhaling in combinatie met lichaamsoefeningen. Daarna voelen we ons helemaal ZEN!
Het eten bij het Yoga Barn restaurant is overigens super. Alles macrobiotisch, vegetarisch en zeer smaakvol.
Aansluitend laten we ons uitgebreid masseren bij een van de vele massagesalons die als paddestoelen uit de grond zijn gerezen. 1 uur massage kost slechts 80.000 rupiah, ongeveer 6 euro. We hebben weliswaar betere massages gehad, maar voor dat geld mag je ook geen wonderen verwachten. Ik heb gelezen dat de gerenommeerde wellness en spa centers door deze prijsconcurrentie stuk voor stuk het loodje leggen. Kwantiteit lijkt het hier in Ubud van kwaliteit te winnen.
Kwaliteit op culinair gebied is er wel, zoals restaurant Miro’s Garden Restaurant, waar we s’ avonds fantastisch eten. Ik geniet van mijn zeebaars die perfect is klaargemaakt: krokant van buiten en boterzacht van binnen.
In de volgende blog doen we verder verslag van ons verblijf in Ubud.
