Expeditie Robinson

Om 9.00 uur stappen we aan boord van een kleine vissersboot om een dag te gaan snorkelen bij drie eilandjes voor de kust van Kei Kecil.

Het is zonnig en de zee is glad en dus is het heerlijk varen. Onze eerste stop is tussen de eilanden Er en Godon. Er is veel koraal te zien, dat gezond lijkt, maar het aantal vissen is vrij beperkt, dus na een tijdje zijn we uitgekeken. We varen naar Godon. Een wit strand, groene dichte begroeiing en verder niets… Een onbewoond eiland. Overweldigend mooi, maat het duurt niet lang voor we ons beginnen te realiseren wat het zou betekenen om hier te stranden. De zon is zo fel op het spierwitte strand dat je al snel op zoek gaat naar schaduw. En dat doen de steekvliegen en andere insecten ook.. Er is geen zoet water. Wel vinden we overal afval dat is aangespoeld. Het zoveelste teken van onze “beschaving”. Wellicht dat hiertussen wat bruikbaars te vinden is om te overleven. We voelen al gauw dat overleven hier niet een romantisch verhaal of mooie televisie oplevert, maar een keiharde strijd met de natuur en de elementen.

Op weg naar het eiland Gnaf raakt onze buitenboordmotor verstrikt in een visnet.

Er ligt een boei verderop in het water, maar de tweede boei ontbreekt en dus lopen we vast. De visser en zijn vrouw van wie het net is, komen te hulp, maar het net blijkt er zo omheen te zijn gedraaid, dat de enige manier om los te komen is het net kapot snijden… De vrouw begint haar man te commanderen op een toon die ons duidelijk maakt, wie de broek aanheeft. Ook al verstaan we er niks van, we begrijpen al snel dat ze graag een vergoeding willen voor het kapotte net. We hebben echter geen geld meegenomen aan boord. Onze schipper kijk verontschuldigend en ook de visser en zijn vrouw lijken het geen probleem te vinden. Na wat gepruts met net en motor wordt het laatste stuk losgesneden en varen vervolgen we allemaal onze weg.

Op het strand van Gnaf picknicken we. Een lunch van kip, rijst en aubergine.

Lekker met een bordje op de knieën en het uitzicht over het strand en de zee. Veel beter kan het niet worden… Dan zie ik naast me in het zand een kokkel. Zo’ n zelfde als we de locals hebben zien verzamelen op het strand voor onze cottage. Ik woel nog wat door het zand en vind er nog een stuk of zes. Voor we het weten zijn we met zijn allen, inclusief de schipper, op onze knieën kokkels aan het zoeken. We vinden een flink bord vol en besluiten ze af te geven aan de kokkin bij Coaster om ze klaar te maken voor het avondeten. Onze eigen Vongole! We verhongeren dus toch niet op een verlaten eiland!!

Maar voordat ze ’s avonds op ons bord liggen, trotseren we eerst nog een flinke plens zeewater.

De wind is aangetrokken en de golven zijn hoger waardoor we drijfnat worden op het open bootje. Als we uit de boot springen en naar het strand waden zijn daar de schipper en zijn vrouw. Ze komen hun geld halen voor het visnet. We geven de arme man 200.000 rupiah ( ongeveer 13 euro) voor de geleden schade en hij kijk ons vol ongeloof aan, geeft ons allemaal een hand, terwijl zijn vrouw vanuit de boot blijft kijven. We kunnen slechts raden wat ze roept, maar het spreekt tot de verbeelding. Lachend nemen we afscheid. We zijn blij dat we niet op een onbewoond eiland zijn en verheugen ons op de door ons zelf verzamelde Vongole!

Elke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *