Gilli Meno

Drie kleine eilandjes in de zon met wuivende palmbomen, omringd door goudgeel strand, koraalriffen en een helderblauwe oceaan.

Dat zijn de Gilli eilanden, vlak voor de kust van Lombok. Drie eilanden met een verschillend karakter, maar 1 ding hebben ze gemeen. Je wilt er niet meer vandaan (althans dat roepen de advertenties)

Vanuit Ubud vertrekken we met een minibus naar Padangbai, de haven waar de boten naar de Gilli’s en Lombok vertrekken. Het is heet in de haven en we zijn blij dat uit mogen stappen. Bij het inchecken blijkt dat de boot slechts tot Gili Trawangan vaart en niet naar Gili Meno… of misschien ook wel. Moeten we maar zien ter plaatse, is het commentaar. Of we wel gewoon even de volle mep willen betalen. Ik weiger. En na wat heen en weer gesoebat, wat handen- en voeten-engels en een telefoontje naar de verkoper van onze tickets, krijg ik de gewenste korting op de overtocht. Intussen gutst het zweet me over de rug. Daarna varen we, na een uur of wat gehang op de pier, uiteindelijk met een van de snelle, boten in iets meer dan een uur naar Trawangan… voor sommigen ook bekend als Gilli Tralala.

De straat van Lombok, die Bali en Lombok met elkaar verbindt, is behoorlijk woelig en het kan er bij slecht weer behoorlijk ruig aan toe gaan. Noa en Jerrel zitten op het overvolle dak van de boot en moeten zich behoorlijk stevig aan de reling vasthouden. De stevige zijwind trakteert de passagiers aan stuurboordzijde (rechts) zo nu en dan op een frisse douche als de golven hoog opspatten… een welkome afkoeling. Yara en ik maken gebruik van de tijd en doen een dutje overdwars liggend op 4 stoelen in het ruim.

De Gilli’s kun je alleen per boot bereiken. Er is een public ferry tussen Padangbai (Bali) en Lembar (Lombok) die er 4-6 uur over doet, afhankelijk van het weer. Vervolgens kun je weer verder met kleine public bootjes naar en tussen de Gilli’s vanuit Bangsal. Maar hoe laat die gaan en hoe vaak, blijft ons volkomen onduidelijk. De snelle boten worden gerund door een paar bootmaatschappijen die de monopolie bezitten en dus de prijzen bepalen. Die worden kunstmatig hoog gehouden om maximaal te profiteren van het toerisme dat zijn weg meer en meer vindt naar de Gilli’s.

Vlakbij het strand van Trawangan stopt onze boot en moet iedereen van boord.

Alle bagage wordt vervolgens door de bemanning over de branding naar het strand gedragen en passagiers stropen de broekspijpen op, springen in de zee en waden naar de kant. Als we onze rugzakken hebben, kijken we om ons heen en zien dat de kustlijn helemaal is volgebouwd met barretjes en restaurantjes. Er lopen hordes toeristen. We horen harde muziek uit diverse hoeken met op de achtergrond de gebedsgeluiden uit de moskee. Gilli Trallala is gelukkig niet onze eindbestemming!

Wat wel meteen opvalt is dat er geen gemotoriseerd verkeer is.

Enkel fietsen en een enkele paard en wagen (dokar). Heerlijk rustig …. geen bromgeluiden en ook geen uitlaatgassen (op die van de motorbootjes na). Het is al laat in de middag en dus kost het moeite om iemand te vinden die ons naar Gili Meno wil varen. Het water tussen de eilanden is zichtbaar ruig en de stroming enorm. Zelfs wij zien dat varen op deze wateren ervaring vergt. Maar we vinden een man met een speedboot en 20 min later komen we aan op Gili Meno. Een andere keus hebben we niet en dus betalen we de volle mep: 100.000 rupiah per persoon voor een overtocht van slechts twee kilometer.

Daar staan we dan op het strand van Gilli Meno.

We zien wat hutjes en restaurantjes en de sfeer is er relaxed, er klinkt geen luide muziek en de enige toeristen die we zien liggen te chillen op het strand of hangen in een soort overdekt “strandbedhutje” met een drankje binnen handbereik. Jerrel blijft bij de bagage en Yara, Noa en ik gaan op zoek naar een onderkomen. Het is even zoeken naar een betaalbaar hotelletje, want ook hier snapt men de waarde van een bed aan het strand. Als we onze intrek hebben genomen, gaan we op zoek naar een restaurantje. We vallen met onze neuzen in de boter(verse vis). En de bediening zingt ook nog eens uit volle borst. Het werkt aanstekelijk. En voor we het weten zitten we weer in een aflevering van “famous in… Gilli Meno”. (Voor onze volgers: We hebben al op eerder reizen muzikale ontmoetingen beleefd in Soerabaja, Bali, Frankrijk etc). Het is gezellig, spontaan en ook nieuw.. Want voor het eerst drinken we met het hele gezin een Bintang. Onze meiden zijn groot.

Na een heerlijke nachtrust (afgezien van wat krekelgeluid), beleven we 3 dagen van zorgeloos vakantieplezier. We zwemmen, snorkelen en zonnen wat, laten ons masseren op het strand (wat wellicht meer op een scrubbehandeling lijkt door al het zand..) en genieten tussendoor van een lekkere pizza (tja, ondanks het lekkere Aziatische voedsel maken ze hier gewoon echt te gekke pizza).

De zonsondergang aan de andere kant van het eiland is een plaatje en we geniet van de laatste zonnestralen onder het genot van een cocktail. “How can life get any better than this?” (Quiz; voor de die-hard musicalkenners: Uit welke musical komt deze quote.)

De dagen vliegen voorbij en voor we het weten, staan we weer bepakt en bezakt klaar voor de volgende bestemming: Ternate, hoofdstad van de Noord-Molukken.

Elke

2 Comments on “Gilli Meno

  1. Whoop whoop de Gillie eilanden!!! Geweldig om je reis te volgen! Geniet van je volgende bestemming…. wij zijn nu net in Italië met een heerlijke 30 graden in Pisogne… ook hier verwachten we overheerlijke pizza…. tot tot

    • Hey Dave… life is good! Zo te horen is hetvoor bij jullie genieten geblazen. Geweldig mooie, dramatische luchten hier hoor. Vooral rondom de vulkanen en bergtoppen, Maar ja … ik moetbte doen met mijn compact cameraatje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *