Updated on augustus 11, 2017
Kota Ambon
We zijn al vroeg terug in Ambon, na een vertrek om 6.00 uur uit Saparua. Gelukkig kunnen we al inchecken bij het Stori hotel en starten we meteen met ons toeristische programma.



Als eerste gaan we naar Siwalima museum. Het is een avontuur er te komen, want het ligt aan de rand van de stad en we gaan met het openbaar vervoer (angkutan kota). Met Engels alleen kom je hier niet ver. Toch lukt het vrij vlot en staan we even later (opnieuw) tussen de bruidsjurken. Dit keer klederdracht uit alle windstreken van Indonesië. Het museum bestaat uit meerdere gebouwen, waarvan er drie open zijn. Allemaal met een ander thema. Het tweede gebouw bevat de geschiedenis van de Molukken, de werktuigen, huisraad, maar ook Portugese en Nederlandse overheersing. En de laatste hal het maritiem museum met een paar reusachtige potvis skeletten, boten en de verschillende visserijtechnieken.
Het is 30 graden, en er is weinig wind. Ambon ligt beschut, waardoor de hitte meer voelbaar is dan op de eilanden, waar we regelmatig met een vest rondliepen. Zelfs de 300 meter van het museum naar een busje maakt ons verhit en zweterig.Terug in het centrum bezoeken we de Al Fatah moskee en de kleinere An Nur moskee ernaast. Yara, Noa en ik kleden ons aan, want de moskee is in onze toeristenoutfit niet toegankelijk. We trekken een vest over onze shirts en een sarong over onze korte broeken en krijgen direct bewondering voor al die vrouwen in hun sluiers en hoofddoeken. Het zweet loopt over onze ruggen, nog voordat we de trap van de moskee betreden. Overal zitten en liggen mannen op de vloeren.
We weten niet zo goed wat er nu wel of niet mag, dus sturen we Jerrel vooruit.


Hij keuvelt wat met de oudere mannen en dan wordt er minzaam geknikt en gewenkt..we mogen de moskee in. Een beetje ongemakkelijk trekken we onder het toeziend oog van een stuk of 20 mannen onze schoenen en sokken uit en lopen naar binnen. We zijn de apen in de dierentuin. Wij bekijken de moskee en worden zelf van alle kanten bekeken door de mannen. We schuifelen voorzichtig tot aan de koepel, maar omdat zich daar niemand bevindt maken we een omtrekkende beweging met Jerrel voorop. Als we aan de zijkant komen, zit er een groep vrouwen. Ze zijn nieuwsgierig en komen ons begroeten en even een hand geven, waarna ze al gauw verder gaan met hun bezigheden. De Ambonezen zijn blijkbaar net zo gastvrij in het dagelijks leven als in hun moskee, want de mannen bij het voorportaal maken nog even een praatje en willen natuurlijk weten waar we vandaan komen etc. Ze zwaaien ons nog hartelijk na als we vertrekken. We zijn weer een ervaring rijker.
Na ons bezoek gaan we ons opfrissen in het hotel en gaan op zoek naar een eethuis.
We lopen richting het water en komen terecht bij een markt en het centrale busterminal. Het is er stampvol mensen, busjes, brommers die ons links-en rechtsom passeren en het is er donker op wat schijnsel na dat uit de stalletjes komt. We voelen ons gedesoriënteerd en ingesloten door de drukte, het geschreeuw en muziek dat ineens overal vandaan komt. We proberen de drukte te omzeilen, maar lijken er steeds verder in verstrikt te raken. Een flink gebied van straten, stegen en hallen staat vol met marktkoopwaar. Uiteindelijk lukt het ons om even een nieuw plan te bedenken en een restaurantje te kiezen buiten de markt/busterminal en we ontvluchten de drukte. We nemen een busje en zelfs de muziek in de bus is een oase na het gekkenhuis dat achter ons ligt. We eten bij een klein Chinees restaurant in een achterafzijstraatje van Jalan Diponegoro. Daar smaakt de soto bijna zo goed is als die van oma en de bami zelfs beter! Even na tienen vallen we uitgeput in ons bed. Morgen een nieuwe dag in Ambon.
Elke