Updated on augustus 8, 2017
Op weg naar … Ambon
“Thank you for your attention and have a nice life…” zo klinkt het afscheid als we vertrekken vanaf Kei Kecil’s mini-luchthaven.

De stewardess van Wings Air bedoelt uiteraard “flight”, maar haar Engels is zo slecht verstaanbaar, zodat er nogal wat vreemde woorden klinken als we luisteren naar de hilarische veiligheidsinstructie.
Vandaag, vrijdag 4 augustus, hebben we een middagvlucht. Er is dus meer dan genoeg tijd in de ochtend om te ontbijten, de was die nog vochtig is van de nacht, te laten drogen en onze rugzakken in te pakken. Onze taxi is ruim op tijd zodat we op weg naar de luchthaven nog even stoppen om bij een supermarkt “minyak tawon” te kopen. Een medicinale olie de Molukkers al eeuwig gebruiken als middeltje voor van alles en nog wat. Het is onder andere gemaakt van citroengras en kruidnagel. De locals zweren erbij. Tegen jeuk, hoofdpijn, gewrichtspijn tot massageolie aan toe. En als ik het spul op mijn muggenbulten wrijf, is de jeuk inderdaad na 20 minuten verdwenen en keert het niet meer terug. Dat krijgt het tubetje Azaron absoluut niet voor elkaar. Geef mij dit natuurlijke middel maar!
Als we aankomen op het vliegveld in Ambon is het er stampvol … met mensen en verkeer. We charteren een taxi voor 150.000 rupiah en laten we ons naar ons budgethotel brengen. Vier tickets met de bus kost evenveel en nu worden we voor de deur afgezet. En door wat voor een chauffeur. Hij heet (Who’s your) Dedi en rijdt zeldzaam goed. Hij stopt als we een foto willen maken en kachelt rustig verder met een zacht muziekje op de achtergrond, zodat we al meteen een goede indruk van Ambon krijgen. Eenmaal ingecheckt blijkt dat de kamers een warme douche hebben! We maken meteen van de gelegenheid gebruik om even goed ons haar te wassen en vooral uit te spoelen.
Omdat we voor het eerst sinds dagen weer wifi hebben, kunnen we weer plannen maken voor de komende dagen. We kunnen bovendien onze blog weer bijwerken.
Na een uur online speurwerk en navraag bij boot- en vliegmaatschappij, schrappen we de Banda eilanden van ons lijstje met geplande bestemmingen. Daar komen gaat nog wel lukken, maar wegkomen is toch best wel onzeker. En aangezien we slechts twee dagen speling hebben, vinden we het risico te groot dat we onze vlucht Denpasar-Kuala Lumpur op 12 augustus niet halen. Onze nieuwe bestemming wordt, na wikken en wegen, Saparua. Morgenochtend om 7.00 uur gaan we naar de haven om met de kapal cepat (snelle boot) over te steken.
Maar eerst het tijd om te eten. Yara wil graag iets Chinees. In een reisverslag wordt een Chinees seafood restaurant, Imperial genoemd, aan de Jalan Diponegoro. Dit blijkt slechts een paar minuten lopen van ons hotelletje te zijn. We wandelen erheen en onderweg is de verleiding groot om te blijven staan en eten bij een van de vele stalletjes en warungs. Overal is eten te koop op straat. Maar we zijn blij met ons eten bij Imperial. Het is smaakvol en vooral even anders van smaak dan de rijst en vis van de afgelopen dagen. Verandering van spijs doet (veel) eten.
Elke