Rondje Ternate op de brommer

Vandaag gaan we Ternate zelf verkennen. Op de brommer.

We hebben er wel twee gehuurd, want met het hele gezin op 1 brommer gaat ons wat te ver. Het is makkelijk rijden, want de straat is prima en het verkeer is na een kilometer of 3 zo goed als verdwenen. Wel even wennen aan het links rijden, maar ook dat blijkt een peuleschil, omdat je het hele eiland rond kunt, zonder ook maar 1 keer af te slaan. Eigenlijk is het dus enkel gas geven en remmen op zijn tijd. Remmen doen we de eerste keer bij Danau Tolire besar, een vulkaankratermeer aan de voet van Gunung Gamalama.

Het is eenmaal kleine klim naar boven, maar het uitzichtpunt en de krater zijn een verrassing. Het meer ligt diep in de krater en oogt groen en de wanden gaan tientallen meters kaarsrecht omlaag. Er schijnen krokodillen in het meer te leven die door verschillende toeristen zijn gefotografeerd. Dus doen we ons best er een te spotten. En dan zien we er een! We proberen zo dichtbij de rand te komen als we durven (een veiligheidsreling of hek ontbreekt uiteraard) en turen de diepte in. Als het dier kopje onder gaat en weer bovenkomt blijkt het een eend te zijn. We lopen terug voor een kelapa muda, want het is erg warm en we zijn dorstig. Onder een boom, op een plastic tuinset, genieten we van een verse, jonge kokosnoot en van het uitzicht op de vulkaantop.

Even later laten we ons de berg afrollen en komen aan bij een bijzonder stukje natuur. Danau Tolire kecil.

Een zoetwatermeertje dat enkel wordt gescheiden door een zandbank van vulkanische gesteente en zwart zand. Aan de ene kant de zee, aan de andere kant het meertje. Aan de rand van het meertje zijn wat eetstalletjes, maar het oogt allemaal wat versleten/ slecht onderhouden. Niet heel aantrekkelijk.

Dus brommeren we verder naar een baai met kristalhelder water, waar gesnorkeld en gedoken wordt…door de mannen. De enige vrouw die het water in plonst is volledig gekleed. Ondanks dat de mensen heel vriendelijk zijn en zich werkelijk nergens mee bemoeien, voelen Yara, Noa en ik ons toch te bezwaard om met een bikini het water in te gaan. Zeker niet nu het zondag is en het best druk is bij de vele warungs die op palen aan de kust zijn gebouwd.


We stoppen voor onze lunch bij Pantai Sulamadah, eten er wat soep, pisang goreng en katjang goreng en zijn dan klaar voor de volgende etappe.

Het landschap is heel groen. Het staat deels vol met nootmuskaat- en kruidnagelbomen.

Palmen, yuka’s en varens geven het eiland een tropische uitstraling. De kustweg is prachtig. Kleine dorpjes liggen aan baaitjes met zwart zand of aan de doorgaande weg. Overal klinkt het: “Hey Mister. I love you!” En we glimlachen en wuiven ons een weg door het landschap. Aan de andere kant van het eiland aangekomen, zien we links en rechts van de weg Batu Angus liggen. Een lavastroom uit 1643 of 1900 of…?We komen er niet achter, maar het is indrukwekkend. Hele brokken zwart en bruinrood gesteente die zo over het land zijn gestroomd en de zee in zijn gestort. Het is prachtig en grillig, maar ook snikheet. Ondanks de zeewind, wordt het zwarte gesteente door de zon omgevormd tot een oven. Het zindert tussen de rotsblokken en het zweet loopt ons uit alle poriën tegelijk.

We houden het niet heel lang vol. We zijn blij als we weer op de brommer zitten. De wind wappert heerlijk om ons heen en onder de continue uitroep “Hey Mister, I love you”, rijden we glimlachend terug naar Villa Ma’Rasai voor een frisse duik in het zwembad.

Elke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *