Uitstapje naar Noord-Saparua

Het is zondag en dat betekent dat er op het zeer Christelijke eiland zo goed als niets is geopend.

We gaan tevergeefs op zoek naar een ontbijt en eindigen bij “de Nederlandse bank”. Bij deze bushalte/verzamel-hangplaats eten we wat er aan laatste restjes in onze rugzakken zit. Cassavechips, koekjes en twee laatste lemper rollen van gisteren. We voeren een verdwaalde haan en kip de laatste kruimels en gaan op zoek naar vervoer. Het is stil op straat. Iedereen zit in een van de zeven.. of meer kerken die Saparua rijk is. Zo af en toe passeert iemand ons in nette zondagse kleding.

We verwachten dat we deze dag weinig zullen gaan zien, maar doen toch een poging om naar Nolloth te komen, een dorpje in het Noorden van het eiland Saparua . We vinden, na wat rondlopen, een bemo busje dat ons wil brengen. Zo doorkruisen we het eiland en komen langs plantages met sago- en kokospalmen en kleine kampungs. Vlak voor Nolloth is een laag begroeide vlakte met links en rechts van de weg ruïnes van huizen en een moskee. De chauffeur legt uit dat dit het moslimdorp Iha was. Het ziet ernaar uit dat hier een behoorlijke strijd moet hebben plaatsgevonden, want van de huizen rest enkel de fundering en van de moskee een zuilenrijtje en een halve muur. Helaas is ons Bahasa en zijn Engels onvoldoende om er meer over te weten te komen, maar de omgeving laat de fantasie flink wat scenario’s schetsen.

In Nolloth bezichtigen we de plaatselijke Balieu, een dorpshuis en ceremonieplaats. Het is de oudste rumah adat van het eiland en nog in oude staat. Gebouwd zonder spijkers en enkel met hout, bamboe, palmbladeren en touw. Het is niet groot, maar wel intact en indrukwekkend oud. De kerk iets verderop lijkt nieuw, maar blijkt onlangs volledig te zijn gerenoveerd. Het palmbladdak heeft plaatsgemaakt voor tinnen golfplaten en de buitenzijde is geverfd en deels gedecoreerd met marmereffect. Toch stamt de kerk al uit de 15e eeuw.

Als we het terrein oplopen horen we kinderen zingen en als we bij de ingang staan, blijken het er bijna 300 te zijn!

Ze zingen onder begeleiding van een juffrouw en uit volle borst mee. Het klinkt vrolijk en soms snoeihard. We klappen mee, gaan staan en weer zitten. De sfeer is gemoedelijk. Sommige kinderen komen later binnen gelopen met hun bijbel en lopen naar een plekje in de kerk bij hun vriendjes. Anderen gaan weer naar buiten. Er wordt niet gebeden, maar wel gezongen. We krijgen vanzelf een enorme grijns op ons gezicht. Als je het plezier en de overtuiging om je heen ziet, snappen we wel dat de kerken hier op zondag volzitten en de straten leeg zijn.

Omdat er op zondag weinig meer te zien is of open is, gaan we terug naar Saparua. Daar slapen we een uurtje om bij te komen van de vochtige hitte, die vermoeiender is dan we tot nu toe hebben meegemaakt. Aan het einde van de middag krijg ik het op mijn heupen en wil nog naar het dorpje Paperu, maar de rest van ons gezin heeft geen zin. Dus loop ik het dorp in op zoek naar een ojek (bromfiets taxi) en vind Elgi. Ik mag achterop zijn brommer en hij brengt me naar het dorpje 4 km verderop en naar het koraalstrand. Geen zandstrand, maar werkelijk versteend koraal… een prachtig gezicht. Ik had er willen gaan snorkelen, maar de golven zijn wat wild en er is verder ook niemand van de lokale bevolking in zee. Ik denk dat het wellicht niet zo veilig is om te zwemmen en besluit om terug te keren.

Elgi nodigt me uit bij hem thuis, want hij wil zijn dans en muziekinstrumenten laten zien. Nadat ik Jerrel en de kids heb opgehaald, worden we getrakteerd op een uitvoering samen met een aantal dorpskinderen en krijgen we tot slot nog een zelfgemaakte schelpenketting. Als we teruggaan naar het hotel horen we nog een hele tijd het getrommel en de diepe toon van de schelphoorn.

Elke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *